Monique Steegers, 60, pijnspecialist en hoogleraar pijngeneeskunde aan het Amsterdam UMC, behandelt al dertig jaar patiënten met chronische pijnklachten—van rug- en zenuwpijn tot aanhoudende hoofdpijn. Ze noemt chronische pijn een van de grootste en meest onderschatte gezondheidsproblemen: ongeveer een kwart van de Nederlanders kampt langer dan drie maanden met pijn, en dat aantal groeit. Steegers legt een belangrijke oorzaak bij onze manier van leven: we staan continu “aan”, met een autonoom zenuwstelsel dat vaak in een permanente alarmstand staat. Dat maakt herstel van pijn veel moeilijker: hartslag, ademhaling en spieren blijven geactiveerd, stresshormonen circuleren en psychosociale factoren zoals trauma, prestatiedruk of het niet gehoord worden door zorgverleners verergeren de situatie.
Pijn is volgens haar altijd een bewuste ervaring en wordt met name complex naarmate klachten chronisch worden. Dan is pijn niet meer direct gekoppeld aan weefselschade maar aan een veelkoppig netwerk van zenuwstelsel, hormonen, immuunsysteem, genen, emoties en sociale omstandigheden. Die mismatch tussen schade en ervaren pijn leidt tot voortdurende alarmen in het lichaam, sociale isolatie, verlies van werk en verslechtering van mentale gezondheid. Patiënten komen vaak bij haar nadat ze al bij meerdere specialisten zijn geweest en te horen kregen dat “er niks is”; zo’n uitspraak doet veel af aan hun lijden en schaadt vertrouwen.
Steegers doet onderzoek, geeft onderwijs, leidt het pijn- en palliatief team en schreef het boek De pijnparadox, met als ondertitel dat vrouwen meer pijn ervaren maar minder serieus genomen worden. Twee derde van de circa vier miljoen Nederlanders met chronische pijn is vrouw. Vrouwen blijken gevoeliger voor pijn door biologische verschillen (meer pijnzenuwen, hormonale schommelingen) en krijgen vaker langdurige klachten zoals migraine, fibromyalgie, prikkelbaredarmsyndroom en pijn bij MS. Vrouwelijke aandoeningen zoals endometriose kennen vaak enorme diagnostische vertragingen (gemiddeld acht à negen jaar). Historisch medisch onderzoek is lange tijd op het mannenlichaam gericht geweest—vrouwen werden vaak buiten studies gelaten vanwege hormonale variatie en zwangerschapsrisico’s—waardoor doseringen en behandelrichtlijnen niet altijd passend zijn. Steegers noemt voorbeelden: vrouwen kunnen anders reageren op opioïden en paracetamol, en bij langdurig gebruik is de aanbevolen paracetamoldosering voor vrouwen recent verlaagd.
Praktische gevolgen: veel artsen grijpen te snel naar opioïden omdat ze iets willen doen; dat geeft vaak tijdelijke verlichting, maar leidt soms tot afhankelijkheid zonder structurele verbetering. Steegers en collega’s riepen afgelopen februari in het tv-programma Zembla op tot een Nationaal Programma Pijn voor meer onderzoek, betere samenwerking in de zorg en maatregelen om opioïdengebruik te beperken. Demissionair minister Jan Anthonie Bruijn gaf aan dat er geen dergelijk programma komt; hij meende dat al veel kennis beschikbaar is.
Steegers benadrukt dat behandeling van chronische pijn meer vraagt dan medicatie: aandacht voor herstelmodus, bewustwording (bijvoorbeeld meditatie of yoga), en de spirituele of zingeving-dimensie van lijden. Ze erkent ook de emotionele belasting op zorgverleners die vaak geen sluitende oplossingen hebben en zich daardoor falend voelen. Haar persoonlijke voorbeelden—zoals haar eigen pijnopvoeding en de traumatische eerste bevalling—illustreren hoe vroegere ervaringen en culturele normen rond pijngedrag mede bepalen hoe mensen met pijn omgaan. Ze pleit voor betere opleiding van artsen, meer onderzoek naar geslachtsverschillen en een bredere, meer menselijke aanpak van pijnzorg.
lees het hele artikel op de website van NRC Handelsblad: Pijnspecialist Monique Steegers: ‘Vrouwen houden pijn bij zichzelf, ze denken: het zal er wel bij horen’ – NRC